/zenɪt/
HerkomstLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘toppunt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1595
- het denkbeeldige punt loodrecht omhoog aan de hemelkoepel
“Alleen in landen tussen beide keerkringen staat de zon soms in het zenit.”
- figurativelyhoogtepunt
“Hij was in het zenit van zijn roem.”