/zɛins/
Herkomstzijn met het achtervoegsel -s
- obsoletegenitief van hij en ie
“Vader, blijf U zijns ontfermen,
Blijf zijn jeugdig hart beschermen (…)”
- masculine, obsoletegenitief (van) zijn
“Reeds als scholier nam hii afstand van het geloof zijns vaders.”
- neuter, obsoletegenitief (van) zijn
“Hij ging terug naar Spanje, om daar in 1958 de grootste klap zijns levens te moeten incasseren.”