zoˈvɛr
Originsamenstelling van zo bw en ver bw
- tot het genoemde of bedoelde punt
“Ben je nou al zover dat je weg kunt gaan?”
“Het antwoord (nl. de vraag hoe je zover komt om ze ook daadwerkelijk te krijgen, is nog vele malen complexer.”
“Op 6 april 1896 (25 maart volgens de juliaanse kalender die nog in Griekenland gold) was het dan zover: 265 atleten uit dertien landen hadden zich in Athene verzameld.”