zwar
Herkomstvan Middelnederlands swaer bn / sware bw , in de betekenis van ‘veel wegend’ aangetroffen vanaf 1220
- van groot gewicht
“Terwijl ik goedkeurend met mijn vinger langs de vergulde lambrisering streek, de dikte voelde van de stof van de zware, oker overgordijnen en de stoel wegschoof om de openslaande deuren te openen naar”
“Mijn 18 kilo zware rugzak, bepakt met voedsel en water, voelde als lood op mijn rug.”
- van een hoge moeilijkheidsgraad
“evolutie vindt plaats als de dieren het zwaar hebben”
“Uw witte schimmel is zwaar ziek, het zal zeker zes weken duren voordat hij weer beter is. En het is het enige paard dat over de daken kan rijden!'”
“De tweede dag was alles nog zwaarder dan de eerste dag.”
- heftig, hevig, impactvol
“De hele dag was het vriendelijk en rustig weer geweest, maar nu kwam er vanaf de andere kant van de berg een zwaar onweer op me af dat om de paar seconden fel oplichtte.”
- duidelijk hoorbaar
“Hij sprak met een zwaar accent.”
- in hoge/verregaande mate, erg bw, heel bw, zeer bw
“Dat valt zwaar tegen.”
“Het gebouw raakte zwaar beschadigd bij de aanval.”
Vormenzwaarder(uninflected, comparative) · zwaarst(uninflected, superlative) · zware(inflected, positive) · zwaardere(inflected, comparative) · zwaarste(inflected, superlative) · zwaars(partitive, positive) · zwaarders(partitive, comparative)