HerkomstIn de betekenis van ‘vleugje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1773
- spoor
“Er was geen zweem van berouw te herkennen.”
“Hoewel boeren in beide regelingen geld ontvangen om met hun bedrijf te stoppen, verschillen de doelen, middelen en de uitvoerder van de regeling. Wel is er één belangrijke overeenkomst: uitkopen gaat ”
“Ik moest dat zweempje blauw te pakken krijgen, die weerschijn van het colbert in die koude staalgrijze ogen.”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwemen
- form-ofgebiedende wijs van zwemen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwemen
Vormenzwemen(plural) · zweempje(diminutive, singular) · zweempjes(diminutive, plural)