zwep
OriginIn de betekenis van ‘karwats’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285
- een handwapen in de vorm van een lang ineengedraaid stuk leer dat met een zwiepende beweging pijnlijke slagen uit kan delen
“Over Aristoteles, die toch alom bekendstond als de wijste man uit de Oudheid, deed in de christelijke tijd het (apocriefe) verhaal de ronde dat hij verliefd was geworden op Phyllis, de vrouw van Alexa”
“Toen maakte Jezus een zweep van samengevlochten koorden en joeg hij de dieren uit de tempel.”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwepen
- form-ofgebiedende wijs van zwepen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwepen
Formszwepen(plural) · zweepje(diminutive, singular) · zweepjes(diminutive, plural)
Source: Wiktionary — CC BY-SA 4.0