Wordle Nederlands · Archive

Alle woorden

1,769 dagelijkse woorden en groeiend

#629
edmée
edmée
#628
marde
marde
enkelvoud verleden tijd van marren
#627
zomer
zomer
zelfstandig naamwoordHet warmste seizoen van het jaar, tussen lente en herfst.
#626
welle
welle
aanvoegende wijs van wellen
#625
oeben
oeben
#624
volvo
volvo
zelfstandig naamwoordVolvo is een automerk (Zweeds) dat personenauto’s en andere voertuigen maakt.
#623
barel
barel
#622
noest
noest
bijvoeglijk naamwoordHard en stevig; robuust en taai.
#621
super
super
bijvoeglijk naamwoordHeel goed; geweldig.
#620
alaam
alaam
een stuk gereedschap dat gemaakt is om bepaald werk te kunnen doen
#619
zaten
zaten
werkwoordVerleden tijd (meervoud) van 'zitten': ze waren ergens gezeten of verbleven ergens.
#618
check
check
werkwoordControleren of iets klopt of in orde is.
#617
gener
gener
detfeminine genitive singular
#616
awads
awads
#615
insla
insla
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inslaan
#614
porie
porie
zelfstandig naamwoordEen klein gaatje in de huid of in een materiaal waardoor lucht of vocht kan passeren.
#613
teloh
teloh
gekookte en gefrituurde cassave
#612
schel
schel
bijvoeglijk naamwoordScherp en doordringend van geluid, vaak onaangenaam (bijv. een schelle stem).
#611
beurt
beurt
zelfstandig naamwoordHet moment dat jij aan de beurt bent; jouw beurt om iets te doen.
#610
spike
spike
een van de harde punten, bevestigd onder de zool van een sportschoen, bedoeld om wegglijden tegen te…
#609
aerts
aerts
#608
alert
alert
waarschuwingsbericht
#607
netto
netto
zonder de verpakking
#606
ewals
ewals
#605
joëls
joëls
genitief van Joël
#604
bisac
bisac
#603
salhi
salhi
#602
azuur
azuur
diepblauwe kleur zoals die van de halfedelsteen lapis lazuli
#601
gehum
gehum
#600
darcy
darcy