aˈhɔrᵊn, /a.ˈhɔrn/, /a.ˈhɔrn/
OriginLeenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘esdoorn’ voor het eerst aangetroffen in 1479
- een boom of heester van het geslacht Acer
Formsahornen(plural) · ahorns(plural) · ahorntje(diminutive, singular) · ahorntjes(diminutive, plural)