ˈarijər
Originvan Duits Arier zn , dat teruggaat op Sanskriet आर्य (ārya) „edele”, in onderstaande betekenis geschreven met een hoofdletter volgens spellingregel 16.J onder (1)
- lid van de Ariërs die zich ruim 5000 jaar geleden zouden hebben gevestigd in het huidige Iran en omstreken.
“Darius de Grote (koning van Perzië) noemt in een van zijn inscripties zijn dynastie Arisch van afkomst.”
- in Europa een negentiende-eeuwse aanduiding voor een lid van de Indo-Germanen (Indo-Europees sprekende Indiërs of Iraniërs) die enige duizenden jaren voor het begin van onze jaartelling Europa vanuit het oosten bevolkten.
- # verouderde spelling of vorm van ariër tot 1996
- blanke die geen Semiet is Door de nazi's vooral gebruikt als aanduiding voor "niet-Jood".
“De eugenetica van de nazi’s inspireerde de Duitse schrijver Uwe Timm (1940) tot zijn roman Icarië. Centraal hierin staat het leven van de excentrieke gangmaker van de Duitse eugenetica, dr. Alfred Plo”
FormsAriërs(plural) · ariërs(plural)