aˈroma
OriginLeenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘geur’ voor het eerst aangetroffen in 1869
- geur van spijzen, dranken, genotmiddelen enz
“Toen ik thuis kwam rook ik direct het heerlijke aroma van het eten.”
- stof die smaak en geur aan spijzen etc. geeft
“Op de verpakking van kant-en-klaarmaaltijden kun je lezen welke aroma's gebruikt werden. Hiervoor moet je kijken onder het kopje geur- en smaakstoffen.”
Formsaroma's(plural)