ˈfikʏs
OriginLeenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in 1911
- botanische naam van een geslacht (genus) in de moerbeifamilie de Ficus Elastica wordt vaak als kamerplant gehouden
“Het persbericht van het Natural History Museum lost het raadsel grotendeels op. Dat schreef dat de orang-oetan klom „in de dikste wortel van een wurgvijg die groeit rond een boom die hoog boven de and”
“En weer is er een stukje van het voormalige imperium van Dirk Scheringa verdwenen. Een onderhoudsvrije ficus, wellicht ooit de groene noot in zijn directiekamer, ging voor 80 euro van de hand.”
Formsficussen(plural)