ˈɑs(t)ma
HerkomstLeenwoord uit het Grieks, in de betekenis van ‘aamborstigheid’ voor het eerst aangetroffen in 1538
- een ziekte die, door vernauwing van de luchtwegen, benauwdheid en hoestbuien veroorzaakt
“Hij had speciale medicijnen tegen zijn astma.”
Vormenastma's(plural)