OriginLeenwoord uit het Indonesisch, in de betekenis van ‘kindermeisje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1859
- een Indische of Indonesische vrouwelijke kinderoppas of bediende
“Zij schold op de baboe, zij duwde de kinderen weg, zij brak een waaier...”
Formsbaboes(plural) · baboetje(diminutive, singular) · baboetjes(diminutive, plural)