ˈbɛːʒə
Herkomstvan Frans beige, in de betekenis van ‘grijsachtig geel of bruin’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1897
**[2] als vertaling van Duits Beige
- lichtgrijsachtig geelbruine kleur, zoals die van onbewerkt linnen
- no-pluraltint geel met RAL-nummer 1001 ( )
“Kunt u die panelen ook leveren in beige?”
“Heeft u die ook in het beige?”
- met een grijsachtig geelbruine kleur, zoals die van onbewerkt linnen
“Chantal droeg een beige broekpak dat nogal vreemdsoortig op hem overkwam.”
“Hij verscheen in een mooi beige pak, met daaronder een blauw overhemd, dat afstak bij zijn donkere haar en hem een ongelooflijk elegante uitstraling gaf.”
- in een tint geel met RAL-nummer 1001 ( )
“De zijkant was een egaal beige vlak.”
“Hij rijdt in een beige auto.”
Vormenbeiges(plural)