/ˈbɛkɑf/
Originintensief, samenstelling van bek zn en af bn , in de betekenis van ‘uitgeput door te hard lopen’ voor het eerst aangetroffen in 1615
- zeer vermoeid
“Hij was bekaf van het hardlopen.”
“De laatste keer dat we elkaar zagen was op mijn 44ste verjaardag in het grensdorp Cascade Locks, op de grens tussen Oregon en Washington. Ik had de dames al meer dan tien dagen niet gezien, had net ee”
Forms(alleen(inflected, positive) · predicaat)(inflected, positive)
Source: Wiktionary — CC BY-SA 4.0