bəˈkɛn, ˈbekə(n)
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekennen
- form-ofgebiedende wijs van bekennen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekennen
- form-of, pluralmeervoud van het zelfstandig naamwoord beek
Vormen[A] bekén(canonical)