/ˈbɛlɣa/
- Belgisch persbureau dat nieuws verzamelt voor de media
“Ik was dus verplicht om onmiddellijk te reageren via het persbureau Belga, maar aan Belga kun je moeilijk mededelen: ‘Et alors!’”
- sigarettenmerk
“Toen die twee jaar om waren - het eerste jaar werd tot wederzijdse voldoening verlengd - en ik mij in zijn bureau meldde om afscheid te nemen en het geld in ontvangst te nemen, friemelde hij één pakje”
- merknaam voor verschillende Belgische producten
- sigaret van het gelijknamige merk
“Ik rookte een Belga van hem, tabak vervaardigd van oude bordeelmatrassen.”
- historicalBelgische munteenheid van 1926 tot 1944
“Dat devalueert meteen de Belga met 28 procent.”
FormsBelga's(possessive)
Source: Wiktionary — CC BY-SA 4.0