/ˈbivɑk/
OriginLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘legerplaats onder de blote hemel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
- kampement voor een leger of expeditie
“Zij sloegen een bivak op aan de voet van de berg.”
Formsbivakken(plural) · bivakje(diminutive, singular) · bivakjes(diminutive, plural)