OriginNaamwoord van handeling van dalen met het achtervoegsel -er
- iets of iemand die kleiner, lager of minder wordt
“Het afgelopen seizoen kwamen er 5,7 miljoen toeschouwers naar eredivisieduels. Dat is een kleine daling ten opzichte van een seizoen eerder, maar internationaal gezien niet slecht, zo meldt Voetbal In”
“Enschede sterkste daler: Enschede kromp het afgelopen half jaar het sterkst: met 419 mensen. Ook in Oldenzaal (-98) en Twenterand (-74) was de krimp relatief groot. Oorzaak? Het CBS noemt onder meer d”
Formsdalers(plural)