OriginSurinaams-Nederlands , uit Hindi (Bhojpuri) दोगला (dōgalā) “halfbloed”, “hybride, bastaard”.
- iemand van gemengd ras
- iemand van gemengd Hindoestaanse en Creoolse afkomst
“Van de 72.340 Surinamers met een gemengde afkomst, hebben er vervolgens 14.651 een ‘volbloed’ Hindoestaanse vader of moeder. Mensen met gedeeltelijk Hindoestaans en gedeeltelijk Afro-Caraïbisch bloed ”
“Een ander woord is Dogla, waarmee de kinderen van de kruising tussen Hindostaans en Negerbloed worden aangeduid.”
Formsdogla's(plural)