/draːk/
HerkomstLeenwoord uit het Latijn
- afschrikwekkend fabeldier, voorgesteld als een gevleugeld, vuurspuwend reptielachtig wezen met spitse tong en lange staart
“Dit oude verhaal vertelt over een draak die een land bedreigt.”
- open zeiljacht, gebouwd volgens de specificaties van de eenheidsklasse
“Zij zeilen nog altijd met hun draak.”
- bepaald soort nachtvlinder, Harpyia milhauseri, uit de familie van de tandvlinders (Notodontidae)
- sterrenbeeld nabij de noordelijke hemelpool (tussen rechte klimming 9ᵘ18ᵐ en 21ᵘ00ᵐ en tussen declinatie +48° en +86°)
Vormendraken(plural) · draakje(diminutive, singular) · draakjes(diminutive, plural)