/ɛtər/
HerkomstIn de betekenis van ‘pus’ voor het eerst aangetroffen in 1240
- wittig vocht met witte bloedlichaampjes en bacteriën dat bij een ontsteking afgescheiden wordt
“Enkele dagen na de valpartij kwam er etter uit de wond.”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van etteren
- form-ofgebiedende wijs van etteren
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van etteren
Vormenetters(singular) · ettertje(diminutive, second-person) · ettertjes(diminutive, singular)