HerkomstLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vastgelegd kapitaal’ aangetroffen vanaf 1651
- een voor een bepaald doel vastgelegd kapitaal, ('potje')
“een kankerfonds is geld bestemd voor de kankerbestrijding (en niet voor het pensioen van de directeur)”
“Dus aangekomen in een gehucht-met-wifi in Noord-Oregon (Big Lake Youth Camp) zocht ik een website waar ik fondsen mee kon gaan werven.”
- vereniging die dat kapitaal vergaart en beheert
“bestuurslid van een kankerfonds heeft ruim zeshonderdduizend euro in eigen zak gestoken”
- effect (waardepapier) van een bepaalde uitgevende instelling b.v. een aandelenfonds, beleggingsfonds, indexfonds, obligatiefonds
“fondsen worden meestal verhandeld via beurzen”
- uitgeversfonds (alle werken waarvan een uitgever het recht van uitgave bezit)
“Als uitgever heb ik een succesvolle bijdrage geleverd aan het verhogen van de omzet voor het fonds”
- ziekenfonds
- form-of, pluralmeervoud van het zelfstandig naamwoord fond
Vormenfondsen(plural) · fondsje(diminutive, singular) · fondsjes(diminutive, plural)