/frɑŋk/
HerkomstLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vrij’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1267
- naam voor verschillende munteenheden die onder andere in Burundi, de Comoren, Congo, Djibouti, Guinee, Rwanda en Zwitserland gebruikt worden, en voorheen in België en Frankrijk gebruikt werden
- muntstuk met de waarde van 1 frank
“Ah, nu valt mijn frankske!”
- lid van een Germaans volk
- masculine, namejongensnaam
Vormenfranker(uninflected, comparative) · frankst(uninflected, superlative) · franke(inflected, positive) · frankere(inflected, comparative) · frankste(inflected, superlative) · franks(partitive, positive) · frankers(partitive, comparative) · Franks(genitive, singular)