/haɣəɫ/
OriginIn de betekenis van ‘ijskorrels als neerslag’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265
- bolvormig ijs dat als neerslag uit de hemel valt
“Er is vandaag een vijf centimeter dikke laag hagel gevallen.”
- een verzameling van stukjes metaal -vaak lood- waarmee geschoten wordt in plaats van een kogel
“Schiet gewoon met hagel.”
Formshageltje(diminutive, singular) · hageltjes(diminutive, plural)