Originafgeleid van haar met het achtervoegsel -ig
- met haar begroeid
“Er kwam een harige borstkas naar voren toen hij zijn shirt uittrok.”
- bestaande uit een kluwen van draadvormige elementen, doorgaans haren
“Er kwam een harige bende uit het doucheputje.”
Formshariger(uninflected, comparative) · harigst(uninflected, superlative) · harige(inflected, positive) · harigere(inflected, comparative) · harigste(inflected, superlative) · harigs(partitive, positive) · harigers(partitive, comparative)