/ˈɦeːməl/
OriginIn de betekenis van ‘firmament’ voor het eerst aangetroffen in 901
- lucht, onmetelijke ruimte die overal op aarde bovenaan zichtbaar is
“Een strakblauwe hemel domineert in het blikveld, het is alsof de sparren respectvol uit zicht blijven. De weldaad van een kale vlakte volgt.”
“Met mijn luchtbed op het grondzeil kroop ik mijn slaapzak in en keek omhoog naar de sterren in de hemel.”
- de gelukzalige toestand of plaats waar God verblijft of de goden verblijven, waar mensen na de dood heen kunnen gaan
“Hij stapt over het lijk heen, nog steeds gebukt, je weet eigenlijk niet waarom je dat doet, want kogels vang je overeind net zo goed op als gebogen, maar het is een reflex om ze zo min mogelijk houvas”
- figurativelyeen zeer aangename plek of toestand
“Het kunnen ontmoeten van je held is de hemel”
“De hemel van de zomer verjaagt het zuur van de stad, zong Charles Trenet al: 'Wij zijn gelukkig, Route Nationale 7.'”
- baldakijn
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hemelen
- form-ofgebiedende wijs van hemelen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hemelen
Formshemels(singular) · hemeltje(diminutive) · hemeltjes(diminutive, singular) · hemelen(singular)