hiˈjena
HerkomstLeenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘hyena-achtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1552
- benaming voor zoogdieren uit de onderfamilie Hyaeninae, middelgrote nachtroofdieren
“Heeft u een plaatje van een hyena?”
- Cosmia trapezina een vlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae)
“De rupsen van de hyena doen hun naam eer aan: ze eten andere rupsen.”
Vormenhyena's(plural) · hyenaatje(diminutive, singular) · hyenaatjes(diminutive, plural)