ˈkɑstə
HerkomstLeenwoord uit het Portugees, in de betekenis van ‘stand binnen het hindoeïsme’ voor het eerst aangetroffen in 1743
- streng gescheiden stand binnen de hindoeïstische samenleving
“De kaste waarin je wordt geboren leef je in.”
- een zeer gesloten sociale kring
“Een nieuwe kaste van techmiljardairs heeft zich ontpopt als een belangrijke politieke speler, nauwelijks geremd door de wetten van traditionele democratieën.”
- form-ofenkelvoud verleden tijd van kassen
“Ik kaste.”
“Jij kaste.”
“Hij, zij, het kaste.”
Vormenkasten(plural)