klɑŋk
HerkomstIn de betekenis van ‘geluid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
- in het algemeen wordt hiermee het totaal aan eigenschappen van een geluid aangeduid
“De geluiden in de natuur waren veel meer gelaagd dan ik tot dusver had ervaren. De verschillende klanken van het vogelgezang, het constante gezoem van de krekels en het hoge ruisen van de wind in de b”
Vormenklanken(plural) · klankje(diminutive, singular) · klankjes(diminutive, plural)