HerkomstIn de betekenis van ‘zich verbeelden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
- transitive(ten onrechte) veronderstellen met betrekking tot iets of iemand (m.b.t. personen hoofdzakelijk in de uitdrukking dood wanen)
“Dat schilderij is lange tijd verloren gewaand.”
- reflexivezich ~ (+ bijvoeglijke bepaling): zich iets inbeelden wat niet waar is; een onterechte veronderstelling t.a.v. zichzelf doen
“Hij waande zich in de zevende hemel.”
“Het voetbalteam waande zich veilig na de 2-0 voorsprong.”
- form-of, pluralmeervoud van het zelfstandig naamwoord waan
Vormenwaande(past) · gewaand(past, participle) · te wanen(active, infinitive, imperfect, present, long-form) · zullen wanen(active, infinitive, imperfect, future, short-form) · te zullen wanen(active, infinitive, imperfect, future, long-form) · hebben gewaand(active, infinitive, perfect, present, short-form) · te hebben gewaand(active, infinitive, perfect, present, long-form) · gewaand zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, short-form) · gewaand te zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, long-form) · wanend(imperfect, participle) · ev.
waan(imperative) · wane(subjunctive) · waan(indicative, imperfect, present, singular, first-person) · waant(indicative, imperfect, present, singular, second-person) · waant(indicative, imperfect, present, singular, third-person) · waande(indicative, imperfect, past, singular, first-person) · waande(indicative, imperfect, past, singular, second-person) · waande(indicative, imperfect, past, singular, third-person) · waanden(indicative, imperfect, past, plural, first-person) · waanden(indicative, imperfect, past, plural, second-person)