klɛin
HerkomstIn de betekenis van ‘niet groot’ voor het eerst aangetroffen in 1140
- van geringe grootte
“Een kleine aanpassing in de jaarcijfers kan soms grote gevolgen hebben.”
“Gespannen rende ik naar de enige beschutte plek op de bergtop, een kleine berghut.”
“De eerste paar weken was ik redelijk tevreden met het eten, maar ik had er geen rekening mee gehouden dat ik geen vrouw was en dus meer calorieën nodig had dan de veel kleinere ‘Hummingbird’.”
- eenvoudig, normaal
- van geringe waarde, van weinig belang
“Klein wild.”
“Kleine munten.”
“Volgens Rico Luman, sectoreconoom transport en automotive van ING, moeten de heffingen ook niet gezien worden als een middel om Chinese auto's van de Europese markt te weren. "In het Verenigd Koninkri”
- bijna, net iets minder
“Een klein uur. - Iets minder dan een uur.”
- van geringe omvang
“Ik voelde me klein en uiterst kwetsbaar.”
- met minimale uitdrukking
- met klein geld
“We hebben liever dat u klein betaald, omdat we een tekort aan wisselgeld hebben.”
Vormenkleiner(uninflected, comparative) · kleinst(uninflected, superlative) · kleine(inflected, positive) · kleinere(inflected, comparative) · kleinste(inflected, superlative) · kleins(partitive, positive) · kleiners(partitive, comparative)