ˈkopər
HerkomstLeenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘metaal’ voor het eerst aangetroffen in 1240
- masculine: persoon die koopt
“Ze konden geen kopers vinden voor hun peperdure huis.”
- neuter: , een scheikundig element met symbool Cu en atoomnummer 29. Het is een roodgeel overgangsmetaal
“Na het veel duurdere zilver is koper de beste geleider van elektrische stroom en van warmte van alle metalen.”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van koperen
- form-ofgebiedende wijs van koperen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van koperen
Vormenkopers(singular)