OriginLeenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘ring van gevlochten bloemen’ voor het eerst aangetroffen in 1400
- een rondgaande versiering, met name rond een hoofd of top
“Een krans van laurierbladeren was een Romeinse onderscheiding voor een zege.”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kransen
- form-ofgebiedende wijs van kransen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kransen
Formskransen(plural) · kransje(diminutive, singular) · kransjes(diminutive, plural)