ˈlezə(n)
- transitivezien en interpreteren van geschreven tekst
“Waarom ging ik zes maanden op de Pacific Crest Trail (PCT) dwars door Amerika lopen? Tja, waarom niet. In een oude National Geographic had ik ooit als kind een artikel over deze trail gelezen, 4.286 k”
“Na een jaar lang plannen, lezen, onderzoeken, sparen en trainen ging mijn avontuur eindelijk beginnen, hoewel ik eigenlijk geen idee had waar ik aan begon.”
- transitiveselecteren van (on)gewenste exemplaren uit een verzameling, schiften
Vormenlas(past) · gelezen(past, participle) · te lezen(active, infinitive, imperfect, present, long-form) · zullen lezen(active, infinitive, imperfect, future, short-form) · te zullen lezen(active, infinitive, imperfect, future, long-form) · hebben gelezen(active, infinitive, perfect, present, short-form) · te hebben gelezen(active, infinitive, perfect, present, long-form) · gelezen zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, short-form) · gelezen te zullen hebben(active, infinitive, perfect, future, long-form) · lezend(imperfect, participle) · ev.
lees(imperative) · leze(subjunctive) · lees(indicative, imperfect, present, singular, first-person) · leest(indicative, imperfect, present, singular, second-person) · leest(indicative, imperfect, present, singular, third-person) · las(indicative, imperfect, past, singular, first-person) · las(indicative, imperfect, past, singular, second-person) · laast(indicative, imperfect, past, singular, second-person) · las(indicative, imperfect, past, singular, third-person) · lazen(indicative, imperfect, past, plural, first-person)