ˈmolə(n)
HerkomstLeenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘werktuig tot fijnmalen van m.n. graan’ aangetroffen vanaf 1112
- een installatie die de stroming van lucht of water als energiebron gebruikt voor het aandrijven van allerlei machines
“Voor het droogmalen van de polders werden windmolens ingezet.”
- een op andere energiebron dan lucht of water werkende machine, die om zijn roterende werking worden benut
“Het cement wordt voortdurend in beweging gehouden door een betonmolen.”
- allerlei voorwerpen en constructies waarvan het om een as ronddraaien een kenmerkende eigenschap is
“De zweefmolen? Nee, dat vond ze maar niks.”
- form-of, pluralmeervoud van het zelfstandig naamwoord mol
Vormenmolens(plural) · molentje(diminutive, singular) · molentjes(diminutive, plural)