nast
HerkomstIn de betekenis van ‘bijwoord van plaats’ voor het eerst aangetroffen in 1285
- form-ofonverbogen vorm van de overtreffende trap van na
- dichtstbijzijnd
- meest vertrouwd
- meest verwant
- aan de zijkant van
“Op deze foto zie je hem naast zijn beste vriend staan.”
“De jongen naast me deed zijn koplamp aan waardoor de in de muur gekraste namen zichtbaar werden: hier waren al eerder mensen gestrand.”
- het doel missend
“Het schot ging helaas naast.”
- prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
“ernaast: Er stond een boompje naast.”
- form-ofenkelvoud tegenwoordige tijd van naasten
- form-ofgebiedende wijs van naasten
Vormennaaste(inflected, positive) · naasts(partitive, positive)