nits
Herkomstvan Middelnederlands niets, op te vatten als afgeleid van niet bw met het achtervoegsel -s, in de betekenis van ‘onbepaald voornaamwoord’ voor het eerst aangetroffen in 1270
- geen enkel ding, geen enkele zaak
“Hij was op de markt, maar hij kocht helemaal niets.”
“De zon was nog niet op en met mijn hoofdlamp checkte ik nog een laatste keer al mijn spullen om te zorgen dat ik niets zou vergeten.”
“Niemand had iets verkeerds gedaan, althans niets aantoonbaar verkeerds, hijzelf niet en niemand anders.”