ˈnɛilɔn
OriginLeenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘kunststof’ voor het eerst aangetroffen in 1946
- tot de polyamiden behorende synthetische thermoplastische uit vezels bestaande kunststof
“Maandenlang had ik alle specificaties van tenten bestudeerd: gewicht, ruimte, kosten, duurzaamheid, dubbelwandig, enkelwandig, vrijstaand, camouflagemotief, cuben fiber en nylon.”
Formsnylons(plural)