“De systeembeheerder verzorgt de patches voor de verschillende computers.”
softwareaanpassing, bedoeld om fouten te verhelpen
“Na enig heen en weer gepraat met de elektronische helpdesk van Encyclopaedia Britannica heb ik via e-mail een fix (patch of hulpprogramma) ontvangen, waardoor de CD-rom nu ook met de Nederlandse versi”
verb
form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van patchen
“Ik patch.”
form-ofgebiedende wijs van patchen
“Patch!”
form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van patchen