plat
HerkomstIn de betekenis van ‘prent’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1623
- een vlak, plat en vrij dun stuk materiaal, zoals metaal of hout
“Kunt u mij die plaat metaal even aangeven?”
“Daarna hadden ze zijn stijver wordende lichaam op een ijzeren plaat getild, waarop stro was gelegd om vocht te absorberen.”
“Normaal gesproken was dat geen enkel probleem geweest, ze gebruikten een eenvoudige en beproefde techniek met platen en bouten voor de samenvoeging.”
- meestal verkleinwoord: een afbeelding, meestal gedrukt (door gravering op een metaalplaat)
“Dit boek heeft mooie plaatjes.”
- grammofoonplaat of cd
“De plaat stond in de hitlijsten.”
“Terug in de flat trokken we vrolijk de theedoeken van de sandwiches, pakten flesopeners en kurkentrekkers, zetten een plaat op en keken naar het aansnijden van de witte boltaart, waar Cynth een scheut”
“Toen de kamer vol was en iedereen in een opperbeste stemming verkeerde en Cynth drie Dubonnets met bitter lemon te veel ophad, haalde ze de naald van de plaat en kondigde aan: 'Mijn vriendin Delly sch”
- zandplaat, zandbank
“Vaag op de achtergrond de ongelukkige benzinetanker Concilius, die bij het uitvaren van de noordelijke voorhaven van de Volkeraksluis omhoog liep op een plaat in het Hollands Diep.”
Vormenplaten(plural) · plaatje(diminutive, singular) · plaatjes(diminutive, plural)