OriginLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kleine opening, o.a. in huid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1867
- een microscopisch gaatje
“De bladeren van een boom zijn bedekt met poriën.”
“Voor ons zou die Cécile een knap meisje zijn, verder niets. Voor hem lag dat heel anders. Iedere porie van Céciles huid bestond uit speciale moleculen, haar adem had een speciale geur. Ze had blauwe o”
Formsporiën(plural) · porietje(diminutive, singular) · porietjes(diminutive, plural)