prɑŋ
Herkomstzn: van Middelnederlands prange, op te vatten als naamwoord van handeling van prangen ww zonder het achtervoegsel -en
- voorwerp dat klemt
- figurativelysituatie waarin men vastzit in een onaangename situatie
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prangen
- form-ofgebiedende wijs van prangen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prangen
Vormenprangen(plural)
Bron: Wiktionary