prɑŋ
Originzn: van Middelnederlands prange, op te vatten als naamwoord van handeling van prangen ww zonder het achtervoegsel -en
- voorwerp dat klemt
- figurativelysituatie waarin men vastzit in een onaangename situatie
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prangen
- form-ofgebiedende wijs van prangen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van prangen
Formsprangen(plural)
Source: Wiktionary — CC BY-SA 4.0