/'saʊna/
OriginLeenwoord uit het Fins, in de betekenis van ‘stoombad’ voor het eerst aangetroffen in 1951
- een ruimte waarvan de temperatuur verhoogd wordt, zodat het lichaam begint te zweten (een zweetbad)
“Zorg ervoor genoeg water te drinken als je een sauna neemt.”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van saunaën
- form-ofgebiedende wijs van saunaën
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van saunaën
Formssauna's(plural) · saunaatje(diminutive, singular) · saunaatjes(diminutive, plural)