OriginIn de betekenis van ‘buitenste bekleding van een vrucht’ voor het eerst aangetroffen in 1285
- buitenlaag van bepaalde vruchten of knollen
“Een appel met schil eten kan geen kwaad als het fruit goed gespoeld wordt.”
- shell
“Met Windows werd bovenop DOS een grafische schil geplaatst.”
- elektronenschil
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schillen
- form-ofgebiedende wijs van schillen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schillen
Formsschillen(plural) · schilletje(diminutive, singular) · schilletjes(diminutive, plural)