/ˈsɛktə/
HerkomstLeenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aanhangers van gezindte’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1531
- groepering die opziet naar een bepaald mens als leider
“Die geheime sekte komt om de maand samen om te vergaderen.”
Vormensektes, sekten(plural) · sektetje(diminutive, singular) · sektetjes(diminutive, plural)