slɑŋ, slɛŋ
Herkomstleenvertaling van Latijn Serpens, geschreven met een hoofdletter volgens spellingregel 16.E
- benaming voor geschubde dieren met langgerekt lijf en een vaak glad lichaam zonder ledematen, die de onderorde Serpentes vormen
“Waakzaam schoten mijn ogen alle kanten op, speurend naar verborgen slangen in het struikgewas.”
- buigzame buis
- woorden of manieren van spreken die kenmerkend zijn voor de informele contacten binnen een bepaalde sociale groep
“Het taalgebruik van monteurs zit vol met vaak onbegrijpelijk slang.”
- sterrenbeeld noordelijk van de dierenriem (tussen rechte klimming 15ᵘ08ᵐ en 18ᵘ56ᵐ en tussen declinatie −16° en +26°)
Vormenslangen(plural) · slangetje(diminutive, singular) · slangetjes(diminutive, plural)