/slop/
OriginIn de betekenis van ‘kussenovertrek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1444
- feminine, masculine, neuter/ of : een stoffen omslag om een kussen
“Ik zal even een sloopje om dat kussen doen.”
- masculine: de daad van het slopen, afbreken
“Dat schip is rijp voor de sloop.”
- form-ofeerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slopen
- form-ofgebiedende wijs van slopen
- form-of, inversiontweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slopen
- form-ofenkelvoud verleden tijd van sluipen
“Ik sloop.”
“Jij sloop.”
“Hij, zij, het sloop.”