ˈspadə
- brede, zware schep, bedoeld voor het spitten van grond
“De spade sneed niet door de wortels heen, zoals verwacht, maar veerde keihard terug.”
- laat
- form-ofverbogen vorm van de stellende trap van spa
- form-ofaanvoegende wijs van spaden
Vormenspades(singular) · spaden(singular) · spadetje(diminutive) · spadetjes(diminutive, singular)