døxt
Herkomsterfwoord via Middelnederlands doghede / doghet en Oudnederlands dugath, in de betekenis van ‘het goed-zijn’ aangetroffen vanaf 1100
- iets dat goed is in zedelijk opzicht
“In tegendeel: zij vormt de meest voortreffelijke deugd juist omdat zij geen gefixeerde deugd is.”
“Hij stelt dat de mens de deugd dient te ontwikkelen binnen het netwerk van zijn relaties, dat hiërarchisch is geordend.”
“Het is een grote deugd dat hij zo behulpzaam is.”
Vormendeugden(plural)